trapauto

Er komt een moment waarop je auto echt niet meer kan. Dat moment kun je heel lang uitstellen. En dat was precies wat ik deed. Mijn oude Golf cabrio bracht me tenslotte nog steeds van a naar b. Hij reed als een zonnetje en hij lag als een blok op de weg. Maar toen sloeg de twijfel toe. Het handschoenenkastje zat dichtgeplakt met tape. De ruitenwissers brachten een geluid voort dat het meest weg had van de wind door de bomen in een enge film. Het raam aan de bestuurderskant kon niet meer open. Voor een kaartje in de parkeergarage moest ik eerst uitstappen. Nog een geluk dat ik niet ben aangehouden. Ik bracht het barrel toch weg voor apk, want wie weet. Daar bleek een groot deel doorgeroest. Er kwam twee liter water uit de rechterdorpel. Bij elke wat langere rit moest ik het waterreservoir bijvullen. Daarnaast leken de remmen het langzaamaan te begeven. Stapvoets reed ik daarom maar op het rode licht af. De kap ging nog wel open, maar vaak niet meer dicht. Als ik startte, liet ik een enorme roetwolk achter. En dat gaf de doorslag. Het zou niet goedkomen met mijn ecologische voetafdruk. Daar ging hij dus, de cabrio. Om me heen hoorde ik zuchten van verlichting. Maar toch zou het me niet verbazen als ik Fred Flintstone er binnenkort in zie voorbij zie komen.

De thermometer

Zaagmans was verkouden, middenin de coronacrisis. Het eerste waar je dan aan denkt is: koorts opmeten. Maar dan blijkt de batterij van de thermometer leeg te zijn. Dat zul je altijd zien. Heb je hem nodig, doet hij het niet. Ik moest dus wel naar de Appie. Het voelde ineens raar om alleen een thermometer af te rekenen. Ik dacht er zelfs nog aan om er dan maar een reep Chocolonely erbij te leggen. Of een bloemkool. Of desnoods een pak wc-papier, maar dat was er niet meer. Ik vermande me en rekende alleen de thermometer af. Gewoon, alsof er niets aan de hand was. Wat ook zo was. Zaagmans had geen koorts en de andere thermometer bleek het toch te doen. We hebben er nu twee.

vriendschap uit het stopcontact

Brammetje 2.0 bleef. Ze doet haar best om zo veel mogelijk te lijken op de ware Bram. Ze wil ons duidelijk om de tuin leiden. Dat lukt met veel dingen, maar op het miauwen moet ze nog oefenen. Het geluid dat ze voortbrengt, klinkt als een slechte imitatie, dus daar viel ze ook al mee snel door de mand. Ik maakte mezelf wijs dat ze schor was door het vele krijsen van ellende in haar zoektocht naar ons. Ik kan er nu echter niet meer omheen. Dit is Brammetje niet. Ze doet lelijk tegen Geppie. Dat was ook al een teken aan de wand. Brammetje 2.0 heet daarom voortaan Bokkie.
Het schriele miauwen en het helemaal niet meer op Brammetje lijken, daar kunnen we mee leven. De vijandschap tussen Bokkie en Geppie vinden we wel een probleem. We leggen het voor bij de dierenspeciaalzaak en daar komt de oplossing: een goedje in een glazen bol. De bol gaat in het stopcontact en dan worden alle katten vrienden van elkaar. Ik pin hoopvol een behoorlijk bedrag voor het wondermiddel en even hoopvol plaats ik de bol in het stopcontact.
We zijn nu drie weken verder. Geppie en Bokkie lopen met een steeds grotere boog om elkaar heen. Het spul schijnt echter drie maanden te werken. Je weet dus maar nooit. Zaagmans en ik zitten intussen heel genoeglijk bij elkaar. Misschien hebben we de verkeerde versie gekocht.

Brammetje 2.0

De poes was kwijt. Ze verdween in augustus. Het stormde die avond en het regende vast en zeker ook hard. Wij hechten ons heel erg aan onze viervoeters, dus ik wist niet hoe snel ik foto’s en berichten op Amivedi, mijndieriszoek, en huisdiervermist moest plaatsen. Met een blik kattenbrokjes onder mijn arm fietste ik door dorp en polder, terwijl ik met mijn kattenlokstem ‘Brammetje, Brammie’ , bleef piepen. Tussen de gevonden dieren op social media dacht ik haar steeds te zien, waarop huisgenoten me meewarig aankeken. Nooit geweten dat katten zo op elkaar konden lijken.
Op een woensdagmiddag in november kreeg ik een bericht. Brammetje is gevonden. We lieten alles vallen en raceten naar het adres, tien kilometer verderop. Wat was ze mager. Ondervoed, zei de dierenarts, en tegen uitdroging aan. Maar het was Brammie. Ze ging meteen op de vertrouwde plekjes liggen: op het kussen, op het schoolwerk als ik zat na te kijken. Ze keek alsof ze blij was eindelijk weer thuis te zijn.
Er ontstond echter wat twijfel. Ik zag mijn dochters fluisteren en kritisch kijken naar Brammetje. Zaagmans zei onomwonden dat hij dacht dat het Brammetje niet was. Hij had wel wat minder wit, maar dat zou vast meer worden als hij dikker zou zijn. Minder wit aan de pootjes kwam vast door het vuil. De dunnere pootjes door het zwerven. Ik wilde het niet, maar ik kon niet anders dan ook gaan twijfelen. Toch maar even langs de dierenarts, waar bleek dat Brammetje Brammetje niet was. Bram had geen chip en deze wel. De eigenaar heeft zich nooit gemeld en poes was niet eens als vermist opgegeven. Brammetje 2.0 heeft zich in ons huis en leven genesteld. Nooit geweten dat katten zo op elkaar kunnen lijken.

Voetbalhaar

Ik kijk Engels voetbal. Niet dat ik ervoor ben gaan zitten, maar Zaagmans kijkt. Daarom kijk ik min of meer ongewild af en toe met een schuin oog mee. Het publiek juicht. Ik kijk op en ik zie ijdele mannen over het veld draven met kapsels waar tijd in gestoken is. Dit is geen kwestie van even voor de spiegel, hand door je haar en klaar. Deze kapsels vereisen aandacht. Als voetballer weet je alle ogen op je gericht. Dan kun je niet met een warrig kapsel achter een bal aan hollen. Nee, je moet een kaarsrechte zijscheiding hebben en je haar moet strak gekamd naar een kant zijn, alsof je net uit de kappersstoel komt. Of er moet een figuurtje in je haar geknutseld zijn met een tondeuse. Of je hebt een bos haar die op een ongewone manier in bedwang wordt gehouden, waardoor er een pluim ontstaat. Ik vind het ongehoord knap. Met zulke kunstwerken op je hoofd je in het zweet lopen en toch nog steeds aan dat haar denken. Behalve Harry Kane. Maar die kan dan ook echt voetballen.

Kriebeltrui

Modellen kijken altijd boos. Ik vraag me af waarom. Ik kan me voorstellen dat je boos gaat kijken als je een kriebeltrui moet showen. Of je bent chagrijnig omdat je niet veel kan eten. Want dat is nu eenmaal zo. Als je model bent en je loopt op de catwalk, dan moet je op de calorieën letten. Je beentjes moeten er zo uitzien alsof er slechts vel over de botten zit en totaal geen vet. Ik zou daar ook boos van gaan kijken. Nooit Chocolonely of frites met vette mayo. Een kriebeltrui zou ik trouwens ook niet willen dragen. Ik krijg het al benauwd als ik alleen nog maar kijk naar de trui. Brrr. Het kan ook nog zijn dat het model heel vaak heen en weer moest lopen op ingewikkelde schoenen. Haar tenen doen er pijn van. Dan is vrolijk kijken ook moeilijk. Of het model heeft net iets vervelends te horen gekregen. Bijvoorbeeld dat een foto op de cover van Vogue er niet in zit. Of het model loopt te denken dat het allemaal zo leuk leek, maar dat het in de praktijk best tegenvalt. Ik weet het niet. Misschien is het gewoon een ongeschreven regel. Een model op de catwalk behoort boos te kijken. Jammer dan.

Het lijstje regeert

Er staat een lijstje in mijn agenda. Ik heb speciaal een agenda aangeschaft met ruimte voor links de afspraken en rechts een lijstje. Dat is lekker overzichtelijk. Maar ik zie dat elke week dezelfde dingen op het lijstje terugkomen. Sommige dingen die gedaan moeten worden, doe ik dus niet. De kledingkast uitzoeken. Foto’s inplakken. De tuin schoffelen. Piano oefenen. Een blogpost schrijven. Spullen naar de kringloop brengen. Pas gaf ik spullen mee aan iemand die toch naar de kringloop ging. Door kringloop kon toen een streep. Dat was lekker. Het lijstje is trouwens onderverdeeld. Links staat privé, rechts werk. Of andersom. Door het werklijstje, dat ook nog eens veel langer is, staan meer strepen. Daar moet ik over nadenken. En nu vond ik weer spullen die naar de kringloop moeten. Maar blogpost schrijven kan doorgestreept. Voor even dan.

Stiekem vissen

We roeien in een C4 op het Waaltje, tussen Heerjansdam en Rijsoord. Negen kilometer is het en we doen dat elke zaterdagochtend. Erg sportief vinden wij dat en meestal ook erg lekker, vooral als er geen wind staat.  Afgelopen zaterdag was het weer zo’n ochtend. Maar  in de buurt van Ross Lovell zag stuurman Zaagmans de twee dobbers niet van twee in camouflagekleding gestoken vissers. En dan denk ik: camouflagekleding? Meteen daarna komt er een beeld op van een vis die even poolshoogte neemt en tegen zijn maten zegt: he, gozer, een kerel in oranje jas. Duiken!  Curieus. Schutkleuren bij het vissen. Ik kan er niets bij bedenken. Misschien willen de vissers niet ontdekt worden. En dat snap ik dan weer wel.

20180107_142327.jpg

De vissers zijn niet te zien, maar zij droegen dan ook camouflagekleding.

daar hoog in de Zwitserse bergen…

Het is fijn om familie te hebben. Dat sommige familieleden zich hebben gevestigd in het buitenland is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant een voordeel. Je kunt er dan namelijk eens langs. Zo hadden we in een onbewaakt ogenblik onze nicht in Zwitserland beloofd om de laatste nacht van de vakantie door te brengen in haar berghut. Dat doen we, riepen we in koor. Wat een leuk idee! Dat was het ook. Maar toen kwam de rit vanaf het Comomeer naar Luchsingen in Glarnerland. Ik verdenk neef ervan dat dit weer een van zijn alternatieve toeristische routes was. Ik moest mijn best doen om strak voor me uit te kijken, om niet groen, geel en grijs uit de haarspeldbochten te komen. We reden over een pas, langs ravijnen die -heel on-Zwitsers-, niet of nauwelijks afgezet waren. Nog een wonder dat we heelhuids aankwamen. Dit dankten we aan de stuurmanskunst en koelbloedigheid van neef, de betrouwbaarheid van de voiture, alsmede de stoïcijnse houding van de passagiers. Het was even afzien. Maar toch, het was het waard. Wij werden hartelijk en met open armen door nicht en man ontvangen toen we uit het privéliftje naar de berghut stapten. We kregen een rondleiding. We dronken gezamenlijk wijn op het leven en we snoepten van de borrelhappen. Wij kookten een Italiaanse maaltijd als dank voor de gastvrijheid en omdat we het gezellig vonden en later zaten we bij het vuur. Nog later kropen we in de knusse bedjes en sliepen we als rozen. We werden wakker met weer een fabuleus uitzicht, genoten van een uitgebreid ontbijt met heerlijk knapperig wit brood dat deed denken aan de bakkerij van onze opa, met de geur van vroeger. Eigenlijk ontbrak alleen de basterdsuiker. Verder was het af! We kusten elkaar gedag en vertrokken voor een rit van tien uur naar huis. Onderweg aten we een knettervette en vullende burger bij Burger King. Wat hebben we het goed, zuchtten we.

IMG_4063
IMG_4065
luchsingen 1